Meerdere trappistenabdijen, waaronder die in Zundert, sloten de voorbije jaren de deuren door vergrijzing. Deze week werd bekend dat ook de ‘moederabdij’ van de trappisten, La Trappe in Frankrijk, gaat sluiten. Hoe kijkt broeder Bernardus Peeters, generaal-abt van de trappisten, naar deze sluitingen? Is er wel toekomst voor het kloosterleven?
Door: Greco Idema | Foto: KNR
U bent inmiddels ruim 4 jaar generaal-abt van de trappisten. Betekent deze functie in de praktijk dat u vooral conflictbemiddelaar bent?
“Nee, gelukkig niet! Mijn voornaamste taak is om gemeenschappen over heel de wereld te bezoeken en daardoor de band van eenheid tussen de verschillende kloosters te versterken. Soms betekent dit conflicten of moeilijke situaties mee helpen oplossen maar het betekent ook de broeders en zusters stimuleren in de beleving van hun roeping in hun specifieke context. Juist dat vind ik bijzonder boeiend en inspirerend.”
Zijn er momenten geweest de afgelopen jaren dat u dacht: ik stop ermee?
“Ja, omdat het een veeleisende taak is en je voortdurend onderweg bent. Ik moet vaak aan het lied van Huub Oosterhuis denken: ‘Wonen overal nergens thuis’. Mijn taak vraagt een zeer groot aanpassingsvermogen en dat is soms zwaar maar tot nu toe haal ik uit mijn taak voldoende inspiratie en zingeving om door te gaan.”
U hebt tientallen jaren in Abdij Koningshoeven gewoond, was daar ook vele jaren abt. Mist u deze gemeenschap en hoe gaat het met deze gemeenschap?
“Koningshoeven blijft mijn gemeenschap. Ik heb daar mijn thuis en hoop er ook na het beëindigen van mijn functie terug te kunnen keren. Ik mis mijn gemeenschap, de broeders met wie je jaren lief en leed gedeeld hebt en die nu op een afstand staan. Gelukkig ga ik één maand per jaar naar Koningshoeven terug en dan geniet ik van het gewone leven te midden van mijn broeders en van de rust en de stilte van het Brabantse land. Gelukkig gaat het met de gemeenschap goed en door de afstand zie je personen en dingen groeien die je misschien niet ziet wanneer je er midden in zit.”
Vorig jaar is de trappistenabdij in Zundert gesloten. Is al bekend wat er met deze abdij gaat gebeuren? Wat hoopt u?
“Er is nog niet bekend wat er met de gebouwen en terreinen gaat gebeuren. Er is een commissie benoemd die al de aanvragen bekijkt en bestudeert en vervolgens een besluit neemt. Wat ik hoop is dat er een bestemming gevonden kan worden die in de lijn ligt van 100 jaar samen bidden en werken.”
Deze week werd bekend dat ook de ‘moederabdij’ La Trappe in Normandië moet sluiten. Betekent dit ook het einde van deze gemeenschap daar?
“De gemeenschap van La Trappe heeft het moeilijke besluit genomen om de plek en vooral de gebouwen waarin zij nu leven te verlaten. Maar dit betekent absoluut niet het einde van de gemeenschap van La Trappe. Zij zoeken naar een nieuwe plek waar ze met de 20 broeders op een verantwoorde wijze kunnen leven.
Het huidige gebouwencomplex was onbetaalbaar geworden vanwege energiekosten en onderhoudskosten. Ondanks dat dit een historische plek is, hebben de monniken de moed om niet hun leven op te offeren aan het in stand houden van een museum maar kiezen ze bewust voor de kwaliteit van hun monastieke leven. Het is een keuze die in het verleden door meer gemeenschappen gemaakt is, onder anderen door de monniken van Diepenveen die naar Schiermonnikoog zijn vertrokken. Voor onze Orde is het dus een keuze voor het leven en voor continuïteit.”
Is er ook positief nieuws te melden over trappistenabdijen? Klopt het beeld nog steeds dat het in Amerika en Europa nog steeds een kwestie is van krimp en elders groei?
“Nu ik bijna alle 147 kloosters van onze Orde bezocht heb over de hele wereld ben ik in het algemeen zeer positief. Overal zie ik gemeenschappen die, met vallen en opstaan, vorm proberen te geven aan een gemeenschapsleven waarin bidden en werken centraal staan. Deze gemeenschappen zijn vaak klein, dat wil zeggen tussen de 10 en 15 leden, maar aantallen zeggen niet alles. De geest in de Orde is denk ik beter dan ooit. Natuurlijk zijn er zorgen over het aantal leden maar dat is een wereldwijd probleem. Er zijn in Europa en de VS gemeenschappen die het zeer goed doen qua aantal, en in Afrika of Latijns-Amerika zijn er gemeenschappen die nauwelijks nieuwe intredes kennen en ook omgekeerd. Wat ik bewonder in onze Orde, en La Trappe is daar een goed voorbeeld van, is dat men de moed heeft om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Soms kan dat ook betekenen dat een klooster moet sluiten, zoals bijvoorbeeld in Zundert. Onze Orde bestaat al meer dan 900 jaar mede doordat men de moed om mee te bewegen met een veranderende werkelijkheid.”
U bent volgens mij een man van creativiteit, beweging, vernieuwing, van niet bang zijn voor meebewegen met de samenleving. Hoe belangrijk zijn deze woorden als het gaat om de toekomst van de kloosters in het westen?
“Het meebewegen met de werkelijkheid is denk ik zeer belangrijk, maar dat wil niet zeggen dat we altijd mee moeten bewegen met de samenleving. In de samenleving kunnen soms waarden aanwezig zijn die niet verenigbaar zijn met het monastieke leven en dan moeten we ook de moed hebben om een tegengeluid te laten horen, bijvoorbeeld als het gaatr om stilte. In onze Orde is het principe van ‘eenheid in verscheidenheid’ zeer belangrijk en dat vraagt van ieder van ons een meebewegen en durven erkennen dat mijn kijk op de zaak niet de enig zaligmakende is. Juist in mijn rol als generale abt leer ik voortdurend om leiding te geven vanuit dit principe en dat vraagt inderdaad meebewegen of zoals Benedictus zegt aanpassingsvermogen zonder daarbij je eigenheid te verliezen.
De boeken van Thomas Merton zijn – weet ik – voor u bijzonder inspirerend. Hoe zou hij naar de huidige internationale ontwikkelingen hebben gekeken, denkt u?
“Ik dat Thomas Merton opnieuw in de pen geklommen zou zijn. Zijn teksten over oorlog en vrede hebben, na al die jaren, helaas niets van hun waarde verloren. Voor hem was de wortel van oorlog angst – angst voor de ander, angst om macht te verliezen. We zien en beleven die angst iedere dag weer opnieuw. Het belangrijkste aan Mertons vredesboodschap is dat hij ons laat inzien dat die angst en daarmee de wortel van iedere oorlog niet in de ander ligt maar allereerst in onszelf. Werken aan vrede begint dus bij het overwinnen van mijn angst. Met Merton ben ik er dan ook van overtuigd dat onze wereld meer dan ooit contemplatieve mannen en vrouwen, in en buiten de kloosters, nodig heeft.”
Voor een ander interview met br. Bernardus Peeters over zijn favoriete kunstenaars op de website van Volzin: klik hier.
Greco Idema is hoofdredacteur van KloosterKracht
“Onze wereld heeft meer dan ooit contemplatieve mannen en vrouwen nodig”
(Visited 133 times, 14 visits today)