Geschreven door 15:26 Uitgelicht

In de voetsporen van mijn tante-zuster

Begin dit jaar maakte ik in Tanzania een tocht in de voetsporen van mijn tante Jeanne, missionaris bij de Witte Zusters. De aanleiding was de voorbereiding die het afleggen van de Zenpeacemakers-geloften aan mij gevraagd werd door Frank De Waele roshi, die spiritholder is van de Zenpeacemakers Lage Landen.

Door: Diana Vernooij | Foto’s: Diana Vernooij

De Zenpeacemakers is een beweging die de boeddhistische spiritualiteit integreert in maatschappelijke betrokkenheid. Ik onderzocht mijn familielijn. Toen besefte ik dat er met vier tantes in actieve vrouwencongregaties heel wat meer maatschappelijke en spirituele betrokkenheid in mijn familie zat, dan ik me bewust was. Ik heb lang alleen de vrome kant gezien van mijn tantes, niet hun maatschappelijke betrokkenheid.

Missie
Mijn tante Jeanne werkte als missionaris tussen 1951 en 1979 op vijf verschillende missieposten: in scholen, ziekenhuizen en als overste. Ik ben naar mijn tante vernoemd (we heten beiden Adriana) en als kind was mijn tante Jeanne mijn grote heldin. Zij bouwde ziekenhuizen en scholen en ik zag haar dat, in mijn verbeelding, met eigen handen doen.

Ik ging naar Tanzania omdat ik de erfenis, de materiële en de spirituele erfenis, míjn erfenis, zocht. Wat hebben de Witte Zusters gebracht, wat hebben ze bewerkstelligd en wat vind ik nu het meest inspirerend aan hun combi van spiritualiteit en werk?

Voor ik ging heb ik boeken gelezen en zusters, oud-missionarissen in Nederland gesproken. Ook zocht ik contact met de huidige zusters in Afrika, met het archief in Rome en met mensen die stichtingen hadden opgericht om de projecten van de zusters financieel te steunen. Ik was welkom bij de Afrikaanse zusters van Onze Lieve Vrouw van Afrika (MSOLA – Witte Zusters in de volksmond).

Oudere dames
Het was een prachtig avontuur, die reis van bijna 3 weken langs de missie­posten waar mijn tante gewerkt had. Vanuit Mwanza reisden we met zr. Angela naar Bukumbi en Sumve en we verbleven op het eiland Ukerewe. We bezochten er ziekenhuizen en scholen en werden door de plaatselijke zusters genodigd in hun huis. Ik sprak er met oudere dames die van mijn tante les hadden gehad of die met mijn tante gewerkt hadden. Ik zag er de verruïneerde gebouwen en ook de gebouwen die uitgebouwd waren als resultaten van hun werk. We maakten kennis met de Afrikaanse vrouwencongregaties die het werk in scholen en ziekenhuizen voortzetten.

Van Mwanza gingen we met een lange busrit naar Tabora, om in Kipalapala te verblijven bij de Mabinti sisters, een van de door de Witte Zusters opgerichte Afrikaanse congregaties die op verschillende plekken ziekenhuizen en scholen overgenomen hebben. En we eindigden in Dar es Salaam, bij het ziekenhuis van de Mabinti sisters. 

Luisterend oor
Van mijn tante Jeanne heb ik weinig verhalen kunnen loskrijgen. Ze zei altijd: “Ach, het was allemaal niet zo belangrijk”. Daarom vroeg ik aan iedereen die ik ontmoette hoe zij de missie van de Witte Zusters ervaren hebben en dit is wat ik de Afrikaanse vrouwen ons vertelden:

  • Ze leerden onze taal, ze kwamen naar ons toe in onze dorpen en ze luisterden naar ons;
  • Ze ontwikkelden scholen, ziekenposten en kraamzorg om ons te helpen en op te leiden;
  • Ze waren vriendelijk en geduldig, vertrouwden erop dat wij alles konden leren;
  • Ze respecteerden onze waardigheid, zodat wij die voor onszelf konden ontdekken;
  • Ze leerden ons praktische wijsheid, scholing gecombineerd met onze eigen ontwikkeling,
  • Ze vertrouwden hun levenswerk aan ons toe.

De paters en de priesters vertegenwoordigden het gezag, de lijn van boven naar beneden, de geloofsregels en het instituut. De zusters gingen soms om de macht van mannen heen om te doen wat zij dachten dat goed was voor de vrouwen. De paters vonden zoveel zelfstandigheid voor de Afrikaanse vrouwen niet nodig. Een van de zusters vertelde me dat de paters hen hadden gezegd de meisjes maar geen taal en rekenlessen te geven, huishoudles was voldoende. Ze praatten er niet over (“Ach het is allemaal niet zo belangrijk”) maar déden gewoon wat zij belangrijk vonden – ze gaven taal en rekenen want de vrouwen moesten zelfstandig hun gezin kunnen onderhouden.

Ik was ontroerd te horen dat mijn tante, net als haar medezusters, herinnerd werd om haar luisterend oor, haar aandacht voor de vrouwen, haar vriendelijkheid en geduld. Nu zou je dat ‘empowerment van vrouwen’ noemen. Ik ontdekte dat de allereerste vrouwelijke politici, zoals Gertrude Mongella, parlementslid, minister en werkzaam bij de Verenigde Naties, in Tanzania op school gezeten hadden bij de Witte Zusters. Net als Maria Nyerere de vrouw van Julius, volgde ze de school op Ukerewe, waar mijn tante haar missiecarrière begon als lerares. Voor dit soort invloed van de zusters is helaas helemaal geen aandacht. De strategie van de zusters: niet over praten maar gewoon wel doen, leidde er toe dat er amper iets in de geschiedenisboekjes is terecht gekomen. De vrouwen hebben veel gedaan en weinig is vermeld om te mannen niet te bruuskeren.

Erfenis
Wat heb ik met mijn reis langs de voetsporen van mijn tante nu ontdekt voor mijn eigen spiritueel geëngageerde maatschappelijke betrokkenheid?

Ik ging op pad met alles wat ik had, en tegelijk met lege handen en een open hart, me bewust dat ik mijn vooroordelen zou tegenkomen, benieuwd naar wat ik zou kunnen ontdekken. Dat was spannend want ik vroeg me af of het niet arrogant was, om als westerling het geld te hebben om een nostalgisch reisje te maken en daar de zusters mee lastig te vallen. Maar ook dat beeld liet ik varen. Ik zag diezelfde intentie van lege handen en open hart terug bij de zusters die ik ontmoette. Ik zag ze ook bij de Afrikaanse vrouwen die werkten in de ziekenhuizen en scholen en bij Afrikaanse zusters die blij waren met mijn komst – zich zelfs vereerd voelden door zoveel interesse in hun geschiedenis en activiteiten.

De zusters leiden een arm leven van hard werken en eindeloze inzet voor het welzijn van vrouwen in Afrika. De Europese Witte Zusters beoefenden de overgave aan wat zij ‘liefdewerk’ noemen. Zij bouwden op wat vele jaren laten werd beloond met de nationalisatie van de scholen en klinieken en daarmee ook hun professionalisering. Tanzanianen leiden nu de organisaties.

Maar de tragedie was wel dat de zusters door die nationalisering en professionalisering niet alleen hun werk maar ook hun spirituele overgave kwijtraakten. Natuurlijk vonden individuele zusters nieuwe projecten zoals rond zwerfjongeren in sloppenwijken, of vrouwenhandel, of ondersteuning van aidswezen, maar hun grootschalige gezamenlijke inzet in de missie was overbodig geworden. Met het verdwijnen van hun maatschappelijke inzet leek ook hun overgave aan een dienstbaar leven overbodig geworden en verdween de spirituele diepgang uit de kloosters. Er was geen aantrekkingskracht en geen aanwas meer van nieuwe zusters. Het lijkt wel een soort “spirituele empty nest syndroom”.

Toen besefte ik dat dít mijn erfenis was: de opdracht om mee vorm te geven aan hoe de maatschappelijke inzet voor alle levende wezens met een spirituele gepassioneerde overgave door te ontwikkelen.

Geloften
Inmiddels heb ik een weekend georganiseerd rond de erfenis van de vrouwelijke religieuze congregaties in het Liobaklooster in Egmond. In dat weekend legde ik mijn Zenpeacemakersgeloften af: dat ik zal bijdragen aan de heling van de wereld vanuit een geest van niet-weten en verwondering en door het erkennen van de werkelijkheid zoals ze is (zie voor meer informatie www.zenpeacemakers.nl).

Voor het afleggen van de Zenpeacemakersgeloften hoef ik mijn leven niet op te offeren zoals mijn tante en haar medezusters deden. De overgave aan hard werken voor degenen waar onze compassie naar uit gaat hoeft niet meer in 24/7 verband, zoals vroeger. God, de kerk, de autoriteiten en het samen in kloosterverband leven met de geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid als structuur heeft mijn generatie losgelaten. Tegelijk hebben we het wel nodig, dat heilige vuur en het uitspreken van nieuwe geloften in een gemeenschap. Het zijn levensintenties die ons helpen om met liefde ons hart te openen, op iedere plek waar we komen en te geven wat we te geven hebben.

Zo gezien heeft mijn zoektocht voor de Zenpeacemakers mij op het spoor van mijn tante Jeanne gezet om te ontdekken dat haar erfenis me allang en zonder dat ik het wist op het spoor van de Zenpeacemakers heeft gezet.

Mijn tante Jeanne, toen nog zuster Humiliana genoemd in Ukerewe, kookles.

Bij het ziekenhuis in Sumwe, met Mabinti-sisters en zr. Angela.

Met zr. Angela en de zusters Kilimanjaro die het werk in Bukumi hebben overgenomen.

Op Ukerewe, het oude moederhuis.

Na het afleggen van de Zenpeacemakersgeloften.
__

Diana Vernooij is sinds 30 jaar voorganger in oecumenische basisgemeente De Duif in Amsterdam en even lang boeddhist. Dit voorjaar legde zij de geloften af als Zenpeacemaker.

(Visited 61 times, 1 visits today)
Sluiten